ONZE GESCHIEDENIS

Zonder de Duitser Pieter Hoppe geen Café ‘t Smalle. 

Rond het jaar 1780 besluit Hoppe naar Amsterdam te vertrekken. Misschien vreest hij een oorlog, misschien denkt hij in de Nederlanden meer te kunnen verdienen. Hoe dan ook, hij zwaait zijn familie gedag, pakt zijn koffers, verstopt zijn waardepapier tussen zijn kleren, en verlaat met vrouw, zoon en dochter zijn vaderland. In Amsterdam neemt hij een wijnkoperij op de Egelantiersgracht over. Later richt hij ook een likeurstokerij en een distilleerderij op. 

Het huidige Café ‘t Smalle deed in die tijd dienst als proeflokaal. 

Als Hoppe hier komt wonen, is de Egelantiersgracht pas anderhalve eeuw oud. Hij ligt in de Jordaan, het stadsdeel voor het gewone volk. De Jordaan, in die tijd een open riool, wordt door de keurige stedelingen van de hoofdgrachten gezien als het stadsdeel van Sodom en Gomorra, waar ontucht, dood en verderf zich bezigen.

Verschillende ambachten vinden hier plaats; er wordt gezaagd, getimmerd, straatverkopers en schoenenpoetsers prijzen hun waren en vaardigheden aan. Het is een komen en gaan van schuiten om te laden en te lossen, handkarren en piepende koetsjes die ratelend over de paden rollen. Alles overstemd door het geluid van gillende varkens en loeiende runderen die in de open lucht worden geslacht.

Iedere straat kent een andere geur. Hout, metaal, geronnen bloed en vlees, dierenhuiden en rottend fruit komen je tegemoet. En al het afval belandt in de gracht, die een alles overheersende stank verspreid.

De rijke kooplieden en hoge heren lesten hun dorst in die tijd met wijn en sterke likeuren. Het gajes moet het doen met brandewijn en bier, dit alles omdat het water in die tijd niet geschikt was om te drinken.

Pieter Hoppe heeft niet zo veel met bier, des te meer met likeuren en jenever. Deze mag hij pas stoken als hij officieel burger van de stad, poorter, geworden is. In het jaar 1804 krijgt hij dit eindelijk voor elkaar na het betalen van een flinke smak geld en na zijn trouw aan Amsterdam te zweren. 

Hoppe koopt zich vervolgens in rap tempo in op de Egelantiersgracht en bezit na een tijdje bijna de gehele even kant. Tezamen met enkele pakhuizen op de Egelantiersstraat beheerst zijn distilleerderij en likeurstokerij een flinke oppervlakte.

Zijn stokerij is een waar paradijs voor de liefhebber waar men van de ‘geest der engelen’, de door alcohol bezwangerde lucht, al dronken wordt zonder nog maar een druppel te hebben gedronken.

Hoppe verdient goed geld in Amsterdam door te innoveren en gebruik te maken van moderne, efficiënte distillatie apparatuur. Na zijn dood gaan zijn weduwe, zoon en schoonzoon verder met zijn levenswerk en er moet al snel worden uitgebreid naar Schiedam door de flinke afzetmarkt en enorme hoeveelheden Jenever die moest worden geproduceerd. De beroemde Hoppe Jenever wordt vanaf 1858 dan ook in Schiedam gemaakt.

Eind 19e eeuw doet Hoppe het beter dan zijn concurrenten Wijnand Fockink en Bols en heeft het bedrijf meer werknemers in dienst dan hun concurrenten. Maar wanneer de laatste Hoppe, Harry Hoppe, in 1954 met pensioen gaat en er geen geschikte opvolger gevonden kan worden komt Johannes Pieter Coebergh aan het roer om Hoppe te leiden, voorgedragen door Heineken die inmiddels grootaandeelhouder zijn.

 

Na een reorganisatie worden de panden in Amsterdam uiteindelijk gesloten en komen ze langere tijd leeg te staan, met af en toe een huurder zoals de firma Berro. In 1973 zocht de Gemeente Amsterdam, inmiddels eigenaar van het pand, een huurder en kwamen toevalligerwijs bij Heineken uit. De firma Heineken werkt de plannen uit om een café te vestigen op de Egelantiersgracht 12 en op 30 November 1978 was het dan eindelijk zo ver en werd Café ‘t Smalle op feestelijke wijze geopend.

‘Tijdens de opening was er veel aandacht voor de heer W.F. Holleeder, medewerker van de afdeling reclame service van Heineken, die er zich bijzonder voor ingespannen heeft om het pand zo goed mogelijk te bewaren. Kostbare stukken uit de inboedel werden door hem gered, krakers geweerd en de inrichting waaronder prachtig glas-in-lood zoveel mogelijk beschermd.’

REFERENTIES

https://vrijetijdamsterdam.nl/uitgaan/kroeg/
https://nl.wikipedia.org/wiki/Jenever#Nederland
https://heineken.memorix.nl/issue/VVV/1979-02-01/edition/0/page/11